Video-project CEWIN 2019

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur
adipiscing elit. Etiam posuere varius
magna, ut accumsan quam pretium
vel. Duis ornare

Latest News
Follow Us
GO UP

Profiel Event

Indische verhalen

Subsidieverlener(s):

Niet van toepassing

Begindatum: 01/01/2020
Einddatum: 31/12/2025
Lokatie: Weena 796, 3014 DA Rotterdam, Nederland
Eventmanager: Carel Banse
E-mailadres: info@banseprojectmanagent.nl
Telefoonnummer: 0644752934
Contactpersoon: Henk Wel
E-mailadres: henkwel@gmail.com
Telefoonnummer: 0765021928

Algemene informatie:

NEDERLANDS-INDIE
Koloniaal tijdperk
Vanaf de 16e eeuw is de Hollandse aanwezigheid in de archipel goed gedocumenteerd. Bekend is natuurlijk de rol van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC), die via handelsverdragen met lokale vorsten het gebied steeds verder uitbreidde. Na het faillissement van de VOC gingen de bezittingen en eigendomsrechten over op de Nederlandse Staat en vanaf 19 augustus 1816 wordt de naam Nederlands-Indië. Gebruikt voor dit overzeese gebied van het Koninkrijk der Nederlanden.
Het in 1819 opgerichte Koninklijke Nederlandsch-Indische Leger (KNIL) was vooral gericht op het bewaren van de interne vrede, niet zo zeer op de verdediging tegen andere landen. Dat wil niet zeggen dat geen veldslagen werden geleverd, getuige de Java-oorlog (1825-1830) en de Atjeh-oorlog 1873-1914).
300 jaar Hollandse aanwezigheid als koloniale heersers heeft geleid tot een feodale maatschappij met een duidelijke tweedeling langs etnische lijnen: de Hollanders en de inlanders (nu zouden we hen wellicht politiek-correct als autochtone bewoners van de archipel beschouwen). Door liaisons met inlandse vrouwen (in 1860 woonden er slechts zo’n 330 in Nederland geboren vrouwen) werden kinderen geboren met gemengd Nederlands/inlands bloed: de Indo-Europeanen. Dat wil zeggen indien de kinderen door de Hollandse vader werden erkend en daardoor werden opgenomen in de registers voor Europeanen. Indien dat niet het geval was, dan werden moeder en kind veelal teruggestuurd naar de kampongs. Soms werd alleen de moeder weggestuurd en zag zij haar kind nooit meer terug.
De houding van de Indo-Europeanen ten opzichte van de blanke Hollanders (‘totoks’) is ambivalent: enerzijds vol ontzag, anderzijds doortrokken van wrok. Ten opzichte van de inlanders is er ontkenning, soms zelfs schaamte en gevoelens van superioriteit. De voorkeur lag bij de Hollandse bovenlaag, mede vanwege prestige en status. Natuurlijk zijn deze bevindingen gegeneraliseerd; meer over dit onderwerp is te lezen in ‘Indisch is een gevoel’ van onderzoekster Marlene de Vries.
Tweede Wereldoorlog
In de Tweede Wereldoorlog kwam alles anders te liggen. Op 7 december 1941 voerde Japan een verrassingsaanval uit op de Amerikaanse Marinebasis op Pearl Harbor. Als een van de eerste landen verklaarde Nederland de volgende dag de oorlog aan Japan en werd het KNIL in zijn geheel gemobiliseerd, inclusief de Stadswacht en de Landstorm.
Op 1 maart 1942 landen Japanse troepen op Java en een week later capituleerde de Indische regering. De Nederlandse regering werd ontbonden en de bestuursposten werden ingenomen door Japanners en Indonesi.rs. Nederlanders werden van heersers ondergeschikten: militairen en burgers (Nederlanders en indo’s) werden geïnterneerd in Jappenkampen. In die kampen was het vooral geboden om ‘onzichtbaar’ te zijn, zodat je zo min mogelijk kans liep te worden blootgesteld aan de onberekenbare wreedheden van de Jap. Indo’s konden zich van internering vrijwaren door te wijzen op hun Indonesische of Duitse afkomst, althans op Java.

 

 

Bersiap periode
Na de atoombommen op de Japanse steden Hiroshima (6 augustus 1945) en Nagasaki (9 augustus 1945) capituleerde Japan op 15 augustus 1945. Daarmee kwam een einde aan de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost Azië.. Nederland, herstellend van de gevolgen van de oorlog in het vaderland, was nog niet in staat om de macht in Nederlands-Indië. weer over te nemen. In het ontstane machtsvacuüm namen Indonesische jongeren (‘pemoeda’s’) het recht in eigen hand en vielen iedereen, die zij als on-Indonesisch beschouwden, aan met hakmessen en bamboesperen. In deze Bersiap periode vonden duizenden Nederlanders, Indo-Europeanen en Chinezen een gruwelijke dood. De meeste geïnterneerden bleven voor hun eigen veiligheid daarom in de kampen (soms keerden zij daarin terug), beschermd door Britten en – hoe cynisch – door Japanners. Voor hen was er nog geen vrijheid.
Indonesië onafhankelijk
Op 17 augustus 1945 riepen Soekarno en Hatta eenzijdig de Republik Indonesia uit. Nederland erkende de Republik niet. Er werden zelfs twee zogenoemde Politionele Acties gevoerd om het Nederlandse gezag te herstellen. Mede onder druk van de internationale gemeenschap heeft Koningin Juliana uiteindelijk op 27 december 1949 de soevereiniteit van Indonesië. erkend: ‘Niet langer staan we tegenover elkaar, maar naast elkaar…’
Tussen 1945 en 1965 hebben ca. 300.000 Europeanen de Indische archipel verlaten, ongeveer 60% (200.000) daarvan zijn indo’s. Zij zijn gerepatrieerd naar Nederland. De term repatriëring is eigenlijk onjuist gekozen voor het overgrote deel van hen: de meeste indo’s (zoals ook veel Hollanders) waren nog nooit in Nederland geweest en hadden er geen familie. Zuiver gezien waren indo’s dus ontheemden, die hun geliefde vaderland om politieke redenen moesten verlaten.
Overigens hadden zij wel een keuze: Indonesiër worden inclusief het aannemen van een Indonesische naam (hetgeen de voorkeur had van de Nederlandse regering), of Nederlander blijven met een gedwongen vertrek naar Nederland tot gevolg. Als het Nederlanderschap of de Nederlands komaf niet kon worden aangetoond (in de oorlog zijn veel papieren verloren gegaan), werd men stateloos en was men veroordeeld tot een armzalig bestaan: in de steek gelaten door Nederland en niet erkend door Indonesië. (zie de recente documentaire van Max Maakt Mogelijk).
In Nederland
De overtocht naar Nederland werd alleen onder strikte voorwaarden door de Nederlandse Staat vergoed. Men werd opgevangen in pensions en kreeg kleding of een voorschot om kleding te kopen. Als – soms na jaren in pensions te hebben gewoond – een zelfstandige woonruimte werd toegewezen, kregen onze ouders en grootouders voorschotten voor inrichting en levensonderhoud. Zodra men werk had gevonden, moest 60% (!) van het gezinsinkomen worden afgedragen om de voorschonen af te lossen. Hier ziet u een afrekening van oma Verstift uit 1956: van haar schamele pensioen van 17 gulden per maand wordt maar liefst 7 gulden ingehouden als aflossing. De indo’s voelden zich daardoor zeer bezwaard en als tweederangs burger in hun nieuwe vaderland.
Met nog de oude koloniale verhoudingen in het achterhoofd spraken onze ouders en grootouders niet meer over Indië: we woonden nu in Nederland en moesten hier een toekomst opbouwen. En om vooruit te komen in de Nederlandse maatschappij waren diploma’s pure noodzaak. Vandaar dat er op werd gehamerd dat de tweede (en soms ook de derde generatie) toch vooral hard moest studeren, goed moesten luisteren en presteren, maar vooral niet mocht opvallen. Een ambivalente boodschap, die veelal voor de nodige problemen zorgde. Want hoe moest je onzichtbaar zijn, als je het enige indo-gezin bent in een klein dorp, of als je je in sporten onderscheidt, als je een andere huidskleur hebt, en je je meer en meer bewust werd van die ongrijpbare, Indische cultuur? Die cultuur gebood respect voor ouderen, ontzag voor meerderen, maar ook altijd maar mee-eten, onaangekondigd op bezoek kunnen komen en wat al niet meer. Een cultuur gebaseerd op zoveel jaren leven en liefhebben, wonen en werken in een land, dat niet meer bestaat: Nederlands-Indië.
Op deze plaats kunnen herinneringen over deze veelbewogen geschiedenis met elkaar worden gedeeld.

Overzicht Events

  • Alle
  • Corona
  • Hersenziekten
  • Jouw event hier?
  • Kanker
  • Nederlands-Indie
  • Rampen
  • Tweede Wereldoorlog
  • Verkeersongevallen
  • Vliegtuigongevallen
  • Vredesmissies
  • Watersnoodramp
  • Zelfdoding
  • Zinloos geweld