Kopijn-Franken A.
Leeftijd: 86 jaar
Kopijn-Franken A.
Geboren | 31 mei 1912,
Soerabaja, Nederlands-Indie
Overleden | 28 augustus 1999,
Driehuis
Rustplaats | Bali, Indonesie, op zee
Laatste woonplaats | Driehuis
Ik krijg een gezicht door | Kopijn R.
Tijdens Event |

Levensverhaal

Jan Lieuwe Kopijn is op 18 jarige leeftijd naar Nederlands-Indië vertrokken en is daar in dienst van het KNIL ingezet in de Atjeh-oorlog (1873-1914).

Met de Indische vrouw Trui (Geertruida Mathilde Peeters) kreeg hij 10 kinderen (8 jongens, 2 meisjes), die als ‘anak kolong’ in en om de kazerne opgroeiden.

Een van hen is Jan Kopijn, de vader van Rob. Na het overlijden van Jan Lieuwe worden de kinderen bij hun moeder weggehaald en geplaatst in een Van der Steurhuis. Daarna wordt Jan Kopijn opgevangen in het gezin van de stadsarchitect van Soerabaja, Franken.

Jan trouwt met Tony, een dochter van Franken. Zij krijgen 4 kinderen: dochters Jane, Ruth en Ineke en zoon Rob.

Aanvulling door deelnemer

Mijn moeder Anthonia Cornelia Franken werd ‘Tony’ genoemd. Ze kwam uit een gezin van 3 kinderen: zus An en broer Emiel, die jong overleed aan typhus. Een druk gezin: er waren altijd mensen die bleven eten, er werd veel muziek gemaakt. Er stond een vleugel in de salon. Mijn oma had middagen waarop haar vriendinnen op bezoek kwamen om thee te drinken en gebak te eten en de plaatselijke roddels met elkaar door te nemen. Er werden regelmatig fuifjes gegeven. Mijn moeder studeerde aan de MMS (middelbare meisjesschool) bij de zuster Ursulinen aan de Darmo Boulevard en behaalde daar haar einddiploma. De familie had een auto (een Ford) met chauffeur om het gezin in gezelschap van vrienden en vriendinnen naar het huis in de bergen bij Tosari te rijden. Ze kwamen daar veel weekenden.

Mijn vader Jan Kopijn, was een van de kostjongens. Hij volgde de cursus Electrotechniek aan de Koningin Emma School, de KES, in Soerabaja. Hij ging werken op het Marine Etablissement (ME) en repareerde er (oorlogs)schepen.

Tony en Jan trouwden in 1936. Een jaar later werd dochter Jane geboren, zoon Rob (ik)  in 1939, dochter Ruth in 1941. Bij de inval in Soerabaja van de Japanners in 1942 werd mijn vader geïnterneerd naar Zuid-Afrika. Moeder bleef achter met 3 kleine kinderen en we gingen wonen bij An en John. Later verkasten we naar de beschermde wijk, de Kapuasstraat (als zogenaamde buitenkampers). Nog veel later volgde een transport naar het beschermingskamp Soemobito waar wij tot 1946 verbleven.

We werden als gezin herenigd; een moeizaam proces. In 1949 werd mijn zus Ineke geboren. In datzelfde jaar kreeg vader een aanstelling als leraar Electrotechniek aan de bedrijfsschool van de BPM in Plaju, Sumatra. Het gezin verhuisde mee.

In 1953 vertrokken Jane en ik naar Nederland. De rest van het gezin volgde in 1955. De diploma’s van vader werden hier niet erkend. Moeder heeft jarenlang gewerkt om bij te kunnen spijkeren. Tegen het eind van hun leven zijn ze naar een verzorgingstehuis verhuisd, waar ze hun 60-jarig huwelijksfeest hebben gevierd. Beiden zijn gestorven in 1999. Ze werden gecremeerd; hun as hebben we met de hele familie verstrooid in de zee van Bali.

Lees meer