Video-project CEWIN 2019

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur
adipiscing elit. Etiam posuere varius
magna, ut accumsan quam pretium
vel. Duis ornare

Latest News
Follow Us
GO UP
Image Alt

Verstift A.R.G.E. – Kort levensverhaal

Dames en heren,

Na deze algemene beschrijving van de ontwikkelingen, die ons heeft gevoerd van Nederlands-Indië. via de Republik Indonesia naar Nederland, is het tijd om aandacht te besteden aan opa Verstift en diens familie. Hoe heeft de geschiedenis hun levensloop beïnvloed? Laten we daarvoor eerst kijken naar wat de stamboom ons vertelt en vervolgens meer persoonlijk hoe het opa Verstift is vergaan.
De stamboom, die achterhaald kon worden, in directe lijn begint bij Jan Willem Verstift, die waarschijnlijk afkomstig is uit Friesland en in 1808 in Geertruidenberg overlijdt. Zijn zoon Johannes Wilhelmus vertrekt naar Nederlands-Indië, waar hij samenleeft met een inlandse vrouw van Sulawesi. Samen krijgen ze een zoon: Johannes Hermanus Wilhelmus, de eerste indo dus in deze familietak. Hier moet een keuze gemaakt worden zoals eerder besproken. De Hollandse vader erkent zijn kind, die vervolgens wordt opgenomen in de registers voor Europeanen. Overigens leeft J.W. later nog samen met een Javaanse en daarna met een Hollandse vrouw; met ieder van hen krijgt hij een zoon. Johannes Hermanus Wilhelmus trouwt met Johanna Cornelia Kuhr, overigens zelf ook een Johanna Cornelia Kuhr, overigens zelf ook een Indo- Europeaan met Duits/inlands bloed. Hun zoon Henri Ferdinand Edmond is de vader van opa Verstift. Henri krijgt met Emma Maria Tromp zes kinderen: drie jongens: Charles, Adolphe en Willem en drie meisjes, de tweeling Evi en Helene en de jongste Ilse.

Bij het uitzoeken van de levensloop van opa Verstift is gebleken dat zijn jongere broer Willem Frederik Benjamin destijds ook is gemobiliseerd en ingelijfd bij de Koninklijke Marine als telegrafist. Vermoedelijk als represaillemaatregel voor het onbruikbaar maken van een korte golf-peilstation en een seinpost is Willem op 1 april 1942 op Timor door de Jap terechtgesteld. Zijn laatste rustplaats is helaas niet bekend. Het is evenmin bekend of opa Verstift op de hoogte was van het overlijden van zijn 32-jarige broer. Ik zal straks Oom George verzoeken de aanvraag voor het Mobilisatie-Oorlogskruis voor zijn Oom Willem Frederik te ondertekenen.

Opa trouwt op 27 april 1925 met oma, Tjakoline Elisabeth Beetz, opa is dan 30 jaar oud, oma 25 jaar. Zij krijgen acht kinderen: Jetty, Daisy, Bob, Tilly, Fred, Frans, George, Bert. Er volgen meerdere kleinkinderen, die opa evenwel nooit heeft kunnen zien.
Dit is de enige foto van opa Verstift. Opa was juridisch opgeleid en werkte als commies-A (hogere functie) bij de Weeskamer in het stadhuis van Batavia. De taken van de Weeskamer waren:

waarnemen van de (toeziend) voogdij
uitoefenen van curatele (als iemand handelingsonbekwaam was/werd)
beheren van goederen van afwezigen
registreren en openen van testamenten
beheren van onbeheerde nalatenschappen
Het is een belangrijke overheidsfunctie met veel verantwoordelijkheid en bij de uitvoering van de taken gaat het om aanzienlijke bedragen. Als de algehele mobilisatie wordt afgekondigd, wordt opa Verstift ingelijfd bij de Landstorm van het KNIL. Onbekend is gebleven waar hij precies dienst deed als soldaat infanterist. Op 10 maart 1942 wordt hij op Java, waarschijnlijk in de buurt van Surabaya, door Japankrijgsgevangen gemaakt. Hij is dan 47 jaar, oma 42, de kinderen zijn tussen de 15 (Daisy) en 6 jaar oud (Bert). Oom Os is dan 7 jaar. Oma heeft – ondanks haar Duitse achternaam Beetz – vrijwillig voor internering gekozen voor de bescherming van de kinderen en zichzelf. Het is onduidelijk hoelang opa en oma elkaar al niet meer hebben gezien op die bewuste dag van 10 maart 1942.

Via Singapore wordt opa met de Kamakura Maru 1 (een passagiersschip) met 2.212 andere krijgsgevangenen afgevoerd naar Nagasaki. De reis duurt acht dagen. Er is onvoldoende eten beschikbaar en de krijgsgevangenen verblijven voor het merendeel zonder verdere verzorging of beschutting aan dek. Van Nagasaki gaat het transport per trein verder naar Osaka. Van Osaka gaat het per trein, kabelbaan en te voet verder naar Kamioka Branch Camp, in de bergen op 1.600 meter hoogte. Daar bevindt zich een groot complex van elektrische centrales en fabrieken voor de oorlogsindustrie. De krijgsgevangenen worden te werk gesteld in de loodmijnen.

De omstandigheden in het kamp zijn zeer slecht; er is weinig voedsel, de winters met strenge vorst en veel sneeuw, de zomers heet. Beschermende kleding is niet beschikbaar en schoenen zijn schaars. Het Japanse regime is onberekenbaar, ruw en wreed. Op onnozele ‘vergrijpen’ staan zware straffen, waaronder langdurige, eenzame opsluiting in een buitenkooi zonder kleding. In het kamp zijn 63 Nederlanders, 15 Amerikanen en 2 Britten omgekomen. Dit is de interneringskaart van opa, die nauwgezet is bijgehouden door de Japanse kampleiding.

Voor een indruk van de leefomstandigheden in een dergelijk kamp kan ik u de film ‘Unbroken’ van Angelina Jolie aanraden. Het gaat om een krijgsgevangene, die – met wraakgevoelens – op zoek gaat naar zijn Japanse bewaker, die hem heeft gemarteld. Als hij hem vindt, realiseert hij zich dat hij alleen door vergeving verlost kan worden van de haat, de wroeging en de wraakgevoelens. Er ontstaat vervolgens een hechte vriendschap tussen de twee.
In het Dagblad van het Noorden van 3 juli 1943 staat voor het eerst vermeld dat A.R.G.E. Verstift krijgsgevangen is gemaakt en overgebracht naar Osaka; volgens informatie van het Nederlandsche Roode Kruis in Den Haag kon de familie nog niet geïnformeerd worden.
Opa is op 18 maart 1944 ernstig gewond geraakt bij een mijnongeval. De volgende dag, 19 maart 1944, is hij aan zijn verwondingen bezweken, zonder zijn geliefde gezin weer te zien. Het is waarschijnlijk dat oma pas in de loop van 1945, nog in het Jappenkamp, via-via van zijn overlijden op de hoogte is gebracht. Na de oorlog zijn de stoffelijke resten van opa op 20 oktober 1945 overgedragen aan de Amerikaanse troepen in Japan. Zijn urn is vervolgens bijgezet op het Nederlands Ereveld Menteng Pulo in Jakarta.
Het is al met al een bewogen geschiedenis, die zijn sporen heeft nagelaten bij oma, de kinderen en misschien ook wel bij ons, de kleinkinderen. Maar het is ook een onbekende geschiedenis, want nimmer werd er over gesproken. Niet over het verdriet, niet over de ontberingen, niet over het gemis, niet over de pijn en zeker niet over het grote verlangen. Maar ook niet over de voor velen meer dan 70 jaren aanhoudende wroeging en wrok over het leed dat hen destijds is aangedaan.

Het vraagt van ons, de jongere generaties inlevingsvermogen, begrip en respect. Opdat niemand meer een dergelijke geschiedenis hoeft mee te maken. Laten we ons er bewust van zijn dat wij in alle vrijheid mogen doen en zeggen wat we willen, waarbij we gepast rekening houden met de gevoelens van anderen. Het is aan ons om eventuele wrok en wroeging in ons eigen leven te laten varen door te vergeven. Dat kunnen en mogen wij dankzij velen, die zich voor die vrijheid hebben ingezet, zoals de veteranen in de zaal.

Daarom gedenken en eren wij vandaag onze opa Verstift en alle andere oorlogsslachtoffers. Daarom ook herdenken we jaarlijks, op 4 en 5 mei, en op 15 augustus.